Publications



(Marie Claire)

Over Parijs en Oscar Wilde

MarieClaire

Sophie van der Stap - Publications - Over Parijs en Oscar Wilde

Niets verliefdmakender dan een weekendje Parijs,weet schrijver en Parisienne Sophie van der Stap. Zij deelt haar meest romantische slaap-, eet- en flaneeradressen met ons. Voer te over voor een tour d’amour.

In Parijs hangt altijd het voorjaar in de lucht. Dat is de voornaamste reden waarom ik na een Sorbonne-cursus Frans hier ben gebleven. Hier is het 365 dagen per jaar terrasjesdag. Is het niet onder een blauwe hemel dan wel onder een verwarmde luifel, terwijl de regen een meter van je vandaan de straten schoonspoelt. Het zal wel een combinatie zijn van de cultuur en de schaar- se woonruimte − één vierkante meter kost hier gemiddeld 15.000 euro, meer dan het dubbele van Amsterdam. Een goede reden om naar buiten te vluchten.

Mijn Parijs is begonnen in het negende, in de Rue de Rochechouart. Daar schuilde ik onder de luifel van café Le Turgot, grenzend aan een plein. Een heerlijk buurtcafé, maar tegen de avond wil je wat meer. Bijvoorbeeld een goede warme chocola of een glas wijn bij Hotel Amour. Het negende is een keer iets anders dan Saint Germain. Waar je in Saint Germain overal beroemdheden met zwarte zonnebrillen en handtassen tegen- komt die schreeuwen om aandacht, wordt het straatbeeld in het 9e arrondissement gekleurd door sterren in bloemenjurkjes en met paardenstaarten. Het zit er vol met goede vintagewinkels en sympathieke boetiekjes waar ze kleding van onbekende ontwerpers verkopen. Ga naar Chezel voor de mooiste stukken uit de jaren 20 of loop twee straten verder langs Cancan. En als je van een beetje speurwerk houdt, ga dan ook vooral langs de Dépôt Vente in de Rue Clauzel, net achter Hotel Amour. Want Parijs barst niet alleen van de terrassen, maar ook van de rijke Parisiennes die regelmatig hun kast legen.

Net voorbij Cancan, waar Rue Henri Monnier ophoudt en Rue Victor Massé kruist, ligt een van mijn mooiste Parijse ontdekkingen. Tegen de heuvel van Montmartre, achter een hek, kronkelt de beeldschone Avenue Frochot omhoog. Picasso had hier vroeger zijn atelier en tegenwoordig woont Jean Paul Gaultier hier, in het roze huis. Blijf even wachten tot er een bewoner langskomt en vraag met een lieve glimlach of je mee naar binnen mag. Hier hoor je geen stadse geluiden van brommers en auto’s, alleen vogels die uit volle borst zingen en katten die luieren tussen de eeuwenoude bomen.

De straat komt uit op de Boulevard de Clichy die je, tenzij je van handboeien en zweepjes houdt, meteen kunt oversteken de Rue Lepic in. De cafés zijn er niet alleen très Français maar ook bijzonder aange- kleed, iets wat ook geldt voor de omaatjes die je hier tegenkomt. In Cafe des Deux Moulins − waar Le fabuleux destin d’Amélie Poulain deels is gefilmd − drink je nog steeds koffie aan de bar voor iets meer dan een euro. Dineer of drink met de incrowd van Montmartre bij La Famille of Chéri Bibi. Alleen de cocktails met M&M’s zijn de wandeling al waard.

Van het 9e verhuisde ik naar het 4e, net achter het Place des Vosges, het hart van de oude joodse Wijk Le Marais. De grote pleinen met tuinen, fonteinen en passages zijn hier ooit aangelegd als ontmoetings- plekken waar intellectuelen met elkaar discussieerden, terwijl courtisanes met hun heupen wiegden in de schaduw van de galerijen van het Palais Royal. De fashion minded gaan vooral naar Le Marais om te shoppen, Parisiens komen er om te eten en te drinken. De wijk kent zeer veel goede restaurants. Als hongerige single hoef je alleen maar neer te strijken en toe te happen bij cafés als Le Progrès en Charlot waar een defilé van mooie mensen aan je voorbij trekt. Eten doe je bij Les Enfants Rouges, Derrière, Chez Omar en Chez Janou. Zelf boodschappen doen of lang lunchen is het leukst op le Marché des Enfants Rouges dat grenst aan Le Marais.

Via het 9e, het 4e, een korte omweg in het 17e en een woonboot op de Seine ben ik uiteindelijk – met wat hulp van Cupido – in Saint Germain terechtgekomen. Dit is misschien wel het meeste gewilde stukje Parijs. ’s Ochtends drink ik mijn koffie bij La Palette (tegen de avond een ideale pick-upspot voor singles) of Le Buci. In het Jardin du Luxembourg ren ik mijn rondjes en als ik goed wil lunchen zet ik mijn tanden in een coquelet à la moutarde bij Le Comptoir du Relais (kom vroeg, voor kwart over twaalf, want reserveren gaat niet en heel Japan heeft dit adres ontdekt). Drink een glas Brouilly bij het befaamde Café de Flore en doe daarna een film bij La Pagode, een gouden tempelbioscoop met twee schitterende zalen. Sluit af met een dansje in sixties-sfeer bij Le Montana. Ook leuk: de Rue des Beaux Arts. Hier verwen ik mezelf zonu en dan met eenontbijtje,terwijlik met weemoed denk aan alle creatieve genieën die hier ooit leefden.

De woorden liefde en Parijs doen iets met me: ik voel me uitgelaten als ik denk aan Oscar Wilde, Coco Chanel, Colette, Sarah Bernhardt, Madame Bovary en Edith Piaf, en daarna treurig als ik bedenk hoe het met het merendeel van hen is afgelopen. Neem Oscar Wilde die werd verbannen uit eigen land om uiteindelijk te sterven in het destijds armzalige L’Hotel in Parijs met een schuld van 2643,40 franc (ca. 400 euro). En nu vrijen er iedere avond verliefde stellen in de kamer die al zijn tranen kent.

Al deze armzaligheid ligt nu verscholen achter een schitterend interieur. En zoals dat meestal gaat zijn hiermee ook de prijzen flink gestegen: kamers beginnen bij 295 euro. Maar met echte romantiek is het misschien net als met echt mooie jurken: er hangt geen prijskaartje aan. Om er een ultiem romantische ervaring van te maken, kunje als L’Hotel-gast hetminizwembadper uur reserveren voor een zeer intiem moment à deux. Het leukste gedeelte van dit hotel is gelukkig toegankelijk voor iedereen: het smakelijke petit-dejeuner en de bar. Behang, gordijnen en stoelen zijn er van donker fluweel en je drinkt er koffie uit een zilveren pot. Of nip in de vooravond in een swingend jarentwintigjurkje aan een cocktail − alsof je zomaar op de set van Midnight in Paris bent beland.